Rectificatie toevoegen

Verzenden

Ik wil de tekst...

Kopiëren Rectificeren
20 aug 2020

Factoren voor therapieontrouw bij DOAC-gebruik ontmaskerd

  • Rubriek: Referaat
  • Identificatie: 2020;5:e1714
  • Auteur(s): Jacqueline Hugtenburg

Het beschikbaar komen van direct werkende orale anticoagulantia (DOAC's) voor trombo-embolische profylaxe bij atriumfibrilleren en voor de preventie van veneuze trombose, heeft in Nederland geleid tot een daling van het gebruik van VKA's van 423.669 gebruikers in 2013 tot 361.169 in 2017. Het gebruik van DOAC's in dezelfde periode steeg van 26.501 naar 202.840. Strikte naleving van een DOAC-regime is cruciaal voor het behandelsucces. Op dit moment zijn er echter weinig gegevens over de therapietrouw en factoren die therapieontrouw beïnvloeden.

De auteurs van dit artikel stuurden een vragenlijst naar 2920 voormalige patiënten van drie trombosediensten in Amsterdam, Leiden en Den Haag, die in 2016 en 2017 zijn overgestapt van een VKA naar DOAC. Vragen werden gesteld over de demografische kenmerken, persistentie van de behandeling, therapietrouw en het optreden van bloedingen of trombo-embolische gebeurtenissen bij gebruik van DOAC's. Om voorspellers voor therapieontrouw te identificeren, werden logistische regressiemodellen gebruikt om gecorrigeerde odds ratios (OR's) en 95%-betrouwbaarheidsintervallen (95%-BI's) te schatten.

Er werden 1399 vragenlijsten met een respons van 48% door de deelnemers teruggestuurd. De persistentie van de DOAC-behandeling en ondergebruik in de implementatiefase waren respectievelijk 94% en 86%, waarmee de totale therapieontrouw tegen de 20% kan lopen. Verschillende voorspellers van therapieontrouw werden gevonden, waaronder jonge leeftijd (OR = 5,9; 95%-BI = 3,6-9,8 voor < 60 jaar vergeleken met > 75 jaar), lage consultatiefrequentie met een specialist (OR = 1,6; 95%-BI = 1,1-2,2), een voorgeschiedenis van lichte bloedingen bij gebruik van DOAC's (OR = 1,9; 95%-BI = 1,3-2,8), en een tweemaal daags doseringsregime (OR = 1,9; 95%-BI = 1,3-2,6).

De gerapporteerde persistentie en therapietrouw van de behandeling waren hoog in de studiepopulatie. Toch is een deel van de mensen niet therapietrouw. Het responspercentage kan geresulteerd hebben in selectiebias. Mogelijk hebben therapieontrouwe mensen niet meegedaan met het onderzoek. Belangrijke voorspellers voor therapieontrouw waren jonge leeftijd, mannelijk geslacht, voorgeschiedenis van lichte bloedingen, lage frequentie van consulten bij een medisch specialist en een tweemaal daags doseringsregime. De auteurs concluderen verder dat de consultfrequentie en het doseringsschema gebruikt kunnen worden om therapietrouw te verbeteren.

Literatuur

Toorop MMA, van Rein N, Nierman MC, Vermaas HW, Huisman MV, van der Meer FJM, Cannegieter SC, Lijfering WM. Selfreported therapy adherence and predictors for nonadherence in patients who switched from vitamin K antagonists to direct oral anticoagulants. Res Pract Thromb Haemost. 2020;4:586-593. doi: 10.1002/rth2.12316.

Referentie

Citeer als: Hugtenburg J. Factoren voor therapieontrouw bij DOAC-gebruik ontmaskerd. 2020;5:e1714.

DOI

https://www.knmp.nl/resolveuid/4d13018bb4454abbb6c7eb58b8dab623

Open access

Reactie toevoegen

* verplichte velden
Versturen

Bekijk ook