Rectificatie toevoegen

Verzenden

Ik wil de tekst...

Kopiëren Rectificeren
28 nov 2025

Real-world populatiefarmacokinetiek van elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor bij kinderen met cystische fibrose: een prospectieve observationele studie

  • Rubriek: Korte bijdrage
  • Identificatie: 2025;10:a1805
  • Auteur(s): Steffie E.M. Vonk a*, Suzanne W.J. Terheggen-Lagro b, Eric G. Haarman b, Simone Hashimoto c, Anke H. Maitland-van der Zee c, Ron A.A. Mathôt d en E. Marleen Kemper de, namens de Amsterdam Mucociliary Clearance Disease (AMCD) onderzoeksgroep

Kernpunten

  • Dit is de eerste studie waarin de populatiefarmacokinetiek van elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor en hun actieve metabolieten bij kinderen met cystische fibrose op basis van real-world data wordt beschreven.
  • De variabiliteit in de geneesmiddelblootstelling was groot binnen en tussen leeftijdsgroepen, maar met voldoende hoge concentraties voor een therapeutisch effect.
  • Er werd geen directe relatie gevonden tussen de blootstelling (AUC) en effectiviteit, dan wel bijwerkingen.

Abstract

Real-world population pharmacokinetics of elexacaftor-tezacaftor-ivacaftor in children with cystic fibrosis: a prospective observational study

Background
The clinical efficacy of elexacaftor-tezacaftor-ivacaftor (ETI) in children with cystic fibrosis (cwCF) is variable: some respond, while others do not or have side effects. The pharmacokinetics (PK) of ETI are poorly described in published research, particularly when it comes to children. Knowledge of the PK in this population may provide more insight into the exposure-response relationship of ETI and its corresponding inter-patient variability (IIV).

Objective
The aim of this study was to evaluate the PK of ETI in cwCF in a real-world setting.

Design
A prospective, observational PK study was conducted in cwCF starting with ETI. PK samples were collected at home using dried blood spots (DBS), and during regular outpatient hospital visits. Clinical efficacy and safety data were gathered and evaluated.

Methods
Population PK (popPK) models were developed using nonlinear mixed-effects modelling.

Results
A total of 29 children (age 6-17 years, weight 19-62 kg) were included in this study. Novel popPK models were developed for ETI and their main metabolites. There was significant variability in AUC of ETI within and between age groups, aligning with the references in the product information. All children had concentrations within or above the range needed for a clinical response; 71%, 55% and 92% of de average or trough concentrations were above the EC90 and 100% above the EC50 for ETI, respectively. An exploratory exposure-response analysis found no direct relationship between AUC and sweat chloride, ppFEV1, or side effects.

Conclusion
This study is the first analysis of ETI popPK in cwCF. The developed popPK models may be used to further study the response-efficacy relationship and its variability within cwCF, as a basis for more personalized dosing.

Inleiding

Cystische fibrose (CF) is een autosomaal recessieve genetische aandoening met een incidentie van 1:3000 in Europa [1]. Door een mutatie in het CF transmembrane conductance regulator (CFTR)-gen is de aanmaak van het eiwit dat het zouttransport van cellen reguleert verstoord. Hierdoor worden verschillende orgaansystemen aangetast door taai slijm, zoals de longen, lever, pancreas en darmen [2]. Tot voor kort bestond de behandeling van CF uit symptomatisch en ondersteunend handelen [3]. Recent zijn er nieuwe geneesmiddelen op de markt gekomen die direct aangrijpen op de oorzaak van de ziekte: de CFTR-modulatoren.

Elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor (ETI) is de meest potente CFTR-modulator die zorgt voor een significante verhoging van de forced expiratory volume in one second (FEV1; een maat voor de longfunctie) na één jaar, met een gelijkblijvend effect na twee jaar. Daarnaast werden ook positieve effecten gezien op andere parameters, zoals vermindering van het aantal pulmonale exacerbaties, ziekenhuisopnames, positieve kweken en een toename van de body mass index(BMI) [4]. ETI wordt nu gebruikt door alle mensen met CF met minimaal één F508del-mutatie. In Nederland betreft dit ongeveer 90% van de mensen met CF [5]. ETI kwam in Nederland in 2022 op de markt voor adolescenten vanaf 12 jaar en volwassenen en later in het jaar ook voor kinderen vanaf 6 jaar.

Ondanks de positieve resultaten, is er veel variatie in de klinische respons. Bij sommige mensen met CF is er sprake van een effect, terwijl anderen minder of geen effect ervaren, of juist bijwerkingen hebben. De interindividuele variabiliteit (IIV) in de farmacokinetiek (PK) lijkt groot en daarom is de hypothese dat bepaalde patiënten worden overgedoseerd en andere ondergedoseerd. Meer kennis over de PK in een real-world klinische setting kan inzicht geven in de bloostelling-responsrelatie en de bijbehorende IIV.

Er zijn weinig gepubliceerde studies die de PK van ETI beschrijven, met name bij kinderen. De enige bekende populatiefarmacokinetische (popPK) gegevens van adolescenten en volwassenen zijn beschreven in registratiedocumenten [6].

Het primaire doel van dit onderzoek was om de pop-PK van ETI en de actieve metabolieten te beschrijven bij kinderen met CF en om factoren te identificeren die geassocieerd zijn met de IIV. Daarnaast werd de blootstelling (AUC) vergeleken met referentiewaarden, en werden gemiddelde concentraties (Cavg) of dalconcentraties (Cmin) vergeleken met de maximale effectieve concentratie (EC50-90), zoals beschreven in registratiedocumenten [6, 7]. Tot slot werd de correlatie onderzocht tussen de AUC en de klinische respons en bijwerkingen.

Methoden

Het betrof een prospectieve, multicenter, observationele PK-studie met een follow-up van 12 maanden (4 tot 5 reguliere controles op de polikliniek). Inclusiecriteria waren kinderen met CF van 6-17 jaar met minimaal één F508del-mutatie, die ETI gebruikten volgens het reguliere zorgprotocol: 200/100/300 mg/dag bij ≥ 6-jarigen ≥ 30 kg, en 100/50/150 mg/dag bij 6-11-jarigen < 30 kg. Exclusiecriteria waren slechte therapietrouw (beoordeeld door de behandelend kinderlongarts) en gelijktijdig gebruik van CYP3A4-remmers of -inductoren (voor de volledige lijst, zie ABR-formulier NL75811.018.21 in CCMO-register).

De steekproefgrootte werd bepaald met behulp van Monte Carlo-simulaties. Een steekproefgrootte van 15 patiënten per leeftijdsgroep (6-11 en 12-17 jaar), in totaal 30 patiënten, met PK-monsters op t = 0, 4 en 8 uur na inname, bleek voldoende om het 95%-betrouwbaarheidsinterval van de PK-parameters klaring (CL) en verdelingsvolume (V) te schatten met 20% precisie en een power > 80% [11].

Patiënten en ouders werden getraind om thuis (op een willekeurig moment gedurende de studie) een PK-curve middels dried blood spots (DBS) af te nemen op t = 0, 4 en 8 uur na inname van ETI. Daarnaast werd tijdens elke reguliere visite een PK-monster afgenomen op een willekeurig tijdstip met DBS of een veneuze afname (indien er ook regulier bloedmonsters werden afgenomen).

Monstervoorbewerking en analyse van elexacaftor, tezacaftor, ivacaftor en de metabolieten elexacaftor-M23, tezacaftor-M1, ivacaftor-M1 en ivacaftor-M6 in plasma en DBS werd uitgevoerd zoals beschreven in onze eerdere onderzoeken [8, 9].

PopPK-modellen werden ontwikkeld middels nonlinear mixed-effects modelling (NONMEM), waarbij de PK-parameters CL en V a priori allometrisch werden geschaald naar lichaamsgewicht. Na ontwikkeling van het structurele model werd een covariaatanalyse uitgevoerd om te kijken of deze de IIV konden verklaren. De volgende covariaten werden getest: leeftijd, geslacht, alanine-aminotransferase (ALAT), aspartaat-aminotransferase (ASAT) en therapietrouw (op CL) en albumine (op V). De modellen werd beoordeeld en geselecteerd op basis van visuele inspectie van goodness-of-fit-plots, objective function values, parameterprecisie en shrinkage-waarden. De robuustheid van de parameterschattingen en de validiteit van de modellen werden respectievelijk geëvalueerd met een bootstrap-analyse (n = 1000) en een visuele weergave van de mate waarin het model de geobserveerde data kan voorspellen.

De AUC van ETI en de metabolieten werden bepaald middels empirisch Bayesiaans geschatte PK-parameters en vergeleken met de referentiewaarden uit de productinformatie [7]. Cavg en Cmin werden vergeleken met de EC50, afgeleid uit de registratiestudies [10]. De relatie tussen de AUC en de respons werd onderzocht door het verschil in percentage predicted (pp) FEV1 en de zweetchloridewaarden voor aanvang van ETI en tijdens de laatste studievisite te vergelijken met de bijbehorende AUC. De relatie tussen AUC en bijwerkingen werd onderzocht door het verschil in mediane AUC tussen twee groepen (met en zonder bijwerkingen) te evalueren.

Resultaten

In tabel 1 worden de demografische en basiskenmerken van de patiënten weergegeven. In totaal werden 29 patiënten geïncludeerd en 202 PK-monsters verzameld (119 plasma- en 83 DBS-monsters). In figuur 1 worden de PK-modellen voor elexacaftor(-M23), tezacaftor(-M1) en ivacaftor(-M1/-M6) weergegeven. In tabel 2 worden de finale popPK-parameterschattingen weergegeven. Er werden geen covariaten geïdentificeerd die de IIV verklaarden. In de visuele voorspelling (figuur 2) is te zien dat de ontwikkelde popPK-modellen de observaties adequaat konden beschrijven.

In tabel 3 worden de gemiddelde individuele AUC-schattingen per leeftijdsgroep weergegeven en vergeleken met de gemiddelde referentiewaarden uit de productinformatie. Over het algemeen correspondeerde de gemiddelde AUC per leeftijdsgroep goed. Kinderen van 6-11 jaar met een gewicht ≥ 30 kg leken gemiddeld een hogere AUC te hebben dan kinderen in de andere leeftijdsgroepen.

In figuur 3 worden de Cavg van elexacaftor en tezacaftor, en de Cmin van ivacaftor weergegeven in relatie tot EC50-90-waarden voor klinische eindpunten (ppFEV1 en zweetchloride), zoals gerapporteerd in de registratiestudies. Alle Cavg- en Cmin-concentraties lagen boven de EC50-waarden (elexacaftor: 0,5 mg/L, tezacaftor: 0,4 mg/L, ivacaftor: 0,04 mg/L). Daarnaast lag 71%, 55% en 92% van de Cavg- of Cmin-concentraties boven de EC90-waarden (voor respectievelijk elexacaftor: 4,5 mg/L, tezacaftor: 3,5 mg/L, ivacaftor: 0,35 mg/L).

Er werd geen significante correlatie gevonden tussen de verandering in zweetchloride en ppFEV1 enerzijds en de AUC anderzijds (figuur 4). Bijwerkingen werden gemeld door 15 van de 29 kinderen (52%) en waren over het algemeen mild (hoofdpijn, gastro-intestinaal, uitslag) en verdwenen tijdens de studie. Twee kinderen (7%) ontwikkelden significante verhogingen van de leverenzymen, die verdwenen na verlaging van de dosis (van 200/100/300 mg naar 100/50/225 mg ETI per dag). Er werd geen significant verschil in AUC gevonden tussen kinderen met en zonder bijwerkingen (figuur 5).

Beschouwing

Dit is de eerste studie waarin de popPK van ETI bij kinderen met CF in een real-world klinische setting is onderzocht en modellen zijn ontwikkeld voor elk component, inclusief actieve metabolieten.

Er was een significante variabiliteit in de AUC, zowel binnen als tussen leeftijdsgroepen. In de groep van 6-11 jaar met een gewicht ≥ 30 kg leek de blootstelling hoger in vergelijking met de andere leeftijdsgroepen en volwassenen. Bovendien lagen alle Cavg- en Cmin-waarden boven de EC50 en overschreed 55% van de concentraties zelfs de EC90. Op basis hiervan lijkt het in principe mogelijk om lager te doseren met behoud van effectiviteit, waardoor het risico op een te hoge blootstelling en bijwerkingen kleiner wordt en mogelijk ook kostenbesparend kan zijn. Recente studies tonen aan dat het bij volwassenen met bijwerkingen mogelijk is de ETI-dosering te verlagen, met behoud van effectiviteit en ETI Cmin-concentraties boven de EC50 [14, 15].

Er werd geen directe relatie gevonden tussen AUC en klinische respons of bijwerkingen. Bij de meeste kinderen was echter wel een respons waarneembaar, wat suggereert dat er sprake is van een plateau-effect (maximaal), waardoor een directe correlatie ontbrak. Dit is ook een aanwijzing dat de dosis mogelijk kan worden verlaagd. Een meer uitgebreide PK-farmacodynamische (PD)-analyse is echter nodig om deze PK-PD-relatie beter te begrijpen.

Een sterk punt van deze studie was het gebruik van DBS om bloedmonsters te verzamelen. Hierdoor kon ook thuis bloed worden afgenomen en waren geen additionele venapuncties nodig op de polikliniek. Daarnaast werd een representatieve kinderpopulatie geïncludeerd met een adequate spreiding in leeftijd en gewicht, wat de externe validatie ten goede komt.

Beperkingen van deze studie zijn onder andere het beperkte aantal geïncludeerde patiënten. Hierdoor ontbrak de power om de relatie tussen PK-parameters en covariaten te schatten en om een blootstelling-responsassociatie aan te tonen. Daarnaast kan variërende therapietrouw de studieresultaten hebben beïnvloed. Dit lijkt echter onwaarschijnlijk, aangezien de AUC-waarden overeenkwamen met de referentiewaarden.

Conclusie

De in deze studie ontwikkelde popPK-modellen kunnen worden gebruikt als basis voor meer gepersonaliseerd doseren van CFTR-modulatoren bij kinderen met CF. Dit is van groot belang bij een chronische behandeling zoals deze, waarbij effectief behandelen met een zo laag mogelijke dosis gewenst is. De ontwikkelde modellen kunnen een cruciale rol spelen bij de toepassing van therapeutic drug monitoring, waarmee overdosering kan worden voorkomen en effectiviteit wordt gewaarborgd in deze kwetsbare populatie.

Verantwoording

Dit artikel is een enigszins bewerkte vertaling van: Vonk SEM, Terheggen-Lagro SWJ, Haarman EG, Hashimoto S, Maitland-van der Zee AH, Mathôt RAA, Kemper EM; Amsterdam Mucociliary Clearance Disease (AMCD) research group. Real-world pharmacokinetics of elexacaftor-tezacaftor-ivacaftor in children with cystic fibrosis: a prospective observational study. J Cyst Fibros. 2025 May;24(3):526-533. doi: 10.1016/j.jcf.2025.03.008.

Geen belangenverstrengeling gemeld.

Voor de uitgave van haar proefschrift ontving zij een bijdrage van de Stichting KNMP-fondsen.

Literatuur

1. O'Sullivan BP, Freedman SD. Cystic fibrosis. Lancet. 2009 May 30;373(9678):1891-904.

2. Tizzano EF, Buchwald M. CFTR expression and organ damage in cystic fibrosis. Ann Intern Med. 1995 Aug 15;123(4):305-8.

3. Elborn JS. Cystic fibrosis. Lancet. 2016 Nov 19;388(10059):2519-31.

4. Bower JK, Volkova N, Ahluwalia N, et al. Real-world safety and effectiveness of elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor in people with cystic fibrosis: Interim results of a long-term registry-based study. J Cyst Fibros. 2023 Jul;22(4):730-7.

5. Nederlandse CF Registratie Jaarrapport 2022 [Internet]. Baarn: Nederlandse Cystic Fibrose Stichting (NCFS). 2023.
https://ncfs.nl/wp-content/uploads/2023/10/231018_NCFR-rapport-2022-finaal.pdf

6. Multi-discipline review Trikafta (elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor) [Internet]. FDA, Center for drug evaluation and research. 2019.
Multi-Discipline Review

7. Summary of Product Characteristics Kaftrio. Amsterdam: European Medicines Agency. 2020.
Kaftrio, INN-elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor

8. Vonk SEM, van der Meer-Vos M, Bos LDJ, et al. Quantitative Method for the Analysis of Ivacaftor, Hydroxymethyl Ivacaftor, Ivacaftor Carboxylate, Lumacaftor, and Tezacaftor in Plasma and Sputum Using LC-MS/MS and Its Clinical Applicability. Ther Drug Monit. 2021 Aug 1;43(4):555-563.

9. Vonk SEM, van der Meer-Vos M, Kos R, et al. Dried Blood Spot Method Development and Clinical Validation for the Analysis of Elexacaftor, Elexacaftor-M23, Tezacaftor, Tezacaftor-M1, Ivacaftor, Ivacaftor Carboxylate, and Hydroxymethyl Ivacaftor Using LC-MS/MS. Ther Drug Monit. 2024 Dec 1;46(6):804-812.

10. Tsai A, Wu SP, Haseltine E, Kumar S, Moskowitz SM, Panorchan P, Shah K. Physiologically Based Pharmacokinetic Modeling of CFTR Modulation in People with Cystic Fibrosis Transitioning from Mono or Dual Regimens to Triple-Combination Elexacaftor/Tezacaftor/Ivacaftor. Pulm Ther. 2020 Dec;6(2):275-86.

11. Ogungbenro K, Aarons L. How many subjects are necessary for population pharmacokinetic experiments? Confidence interval approach. Eur J Clin Pharmacol. 2008 Jul;64(7):705-13.

12. Clinical pharmacology and biopharmaceutic review Kalydeco (Ivacaftor) [Internet]. Application Number: 203188Orig1s000. Food and Drug Administration (US), Center for Drug Evaluation and Research. 2012.
203188Orig1s000ClinPharmR.pdf

13. Clinical pharmacology and biopharmaceutics review symdeko (Tezacaftor/ivacaftor). [Internet]. Application Number: 210491Orig1s000. Food and Drug Administration (US), Center for Drug Evaluation and Research. 2017.
210491Orig1s000ClinPharmR.pdf

14. Hong E, Li R, Shi A, et al. Safety of elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor dose reduction: Mechanistic exploration through physiologically based pharmacokinetic modeling and a clinical case series. Pharmacotherapy. 2023 Apr;43(4):291-9.

15. Rose NR, Chalamalla AR, Garcia BA, et al. Pharmacokinetic variability of CFTR modulators from standard and alternative regimens. Pulm Pharmacol Ther. 2024 Sep;86:102301.

Referentie

Citeer als: Vonk SEM, Terheggen-Lagro SWJ, Haarman EG, Hashimoto S, Maitland-van der Zee AH, Mathôt RAA, Kemper EM. Real-world populatiefarmacokinetiek van elexacaftor/tezacaftor/ivacaftor bij kinderen met cystische fibrose: een prospectieve observationele studie. Nederlands Platform voor Farmaceutisch Onderzoek. 2025;10:a1805.

DOI

https://www.knmp.nl/resolveuid/1dd64b67b86b46958dc602ecc238153c

Open access

Reactie toevoegen

* verplichte velden
Versturen

Bekijk ook